• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    0 mening
  • Commentaren (0)

Diarree bij honden en katten

Diarree bij honden en katten Tijdens een wandeling met uw hond of na de kattenbakvulling te hebben geïnspecteerd, stelt u vast dat de stoelgang van uw viervoeter zachter is dan gewoonlijk en een abnormale geur of kleur heeft. Het kan om een onschuldig probleem gaan, maar evengoed om een niet te verwaarlozen ziekte.

Diarree kan tal van oorzaken hebben

Zachte of vloeibare stoelgang kan het gevolg zijn van een abrupte verandering van voeding, inname van een niet voor consumptie geschikte substantie (tafelresten, snoepgoed, huishoudproducten, planten, …) of overdaad. Diarree kan ook veroorzaakt worden door een aantasting van het darmslijmvlies door virussen (parvovirussen, coronavirussen, …). Sommige bacteriën zijn noodzakelijk voor een goede darmwerking, maar andere zijn pathogeen en profiteren van een verzwakking van het dier of van antibioticagebruik om de normale darmflora te verdringen en diarree te veroorzaken. Ook sommige wormen of darmparasieten (giardia, coccidia…) en stress kunnen de darmen ontregelen. Tot slot kunnen ook darmontstekingen of -tumoren spijsverteringsstoornissen veroorzaken. Ze kunnen ook andere organen treffen, zoals lever en pancreas. Al die oorzaken van diarree tasten de gezondheid van onze honden en katten in diverse mate aan. Soms verdwijnt de diarree al na enkele dagen, maar het kan ook om chronische diarree gaan die weken of zelfs maanden aanhoudt.

Diagnose

Om de oorzaak van darmstoornissen bij uw huisdier op te sporen, zal uw dierenarts zich baseren op informatie over zijn voeding en zal hij vragen of het eventueel een ongewoon product heeft ingenomen. Ook het uitzicht van de stoelgang is belangrijk. Vandaar dat u de dierenarts een stoelgangstaal kunt bezorgen om te onderzoeken en/of naar het laboratorium te sturen. Sommige wormen zijn zichtbaar met het blote oog, maar virussen, ziekteverwekkende bacteriën en bepaalde darmparasieten moeten bekeken worden met de microscoop of in kweek gebracht worden om te kunnen worden geïdentificeerd. In sommige ernstige gevallen is er een endoscopie nodig, al dan niet aangevuld met een darmbiopsie, om eventuele darmslijmvliesletsels op te sporen.

Artikel gepubliceerd door op 31/01/2006

Vindt u het artikel interessant?