De toekomst voorspellen dankzij MRI
Tijdstip van genezing: moeilijk te voorspellen
De genezingsdiagnose stellen, is één van de grote moeilijkheden van de sportgeneeskunde. Laten we uitgaan van de volgende situatie: een voetballer loopt een dijspierscheur op. Na één week rust volgt een drie weken durende revalidatie, met een geleidelijke intensiteitsopbouw. Hij heeft geen last meer, maar is zijn blessurewel genezen? Mag hij de competitie hervatten? Op die moeilijke vraag moet de arts antwoord geven. Hij is er immers niet zeker van dat het letsel geheeld is. Als de blessure opnieuw de kop opsteekt, zal zijn patiënt nog langer moeten rusten en een groter risico lopen op blijvende letsels. In zulke gevallen zouden artsen graag over een betrouwbare test beschikken alvorens definitief groen licht te geven. Een onderzoeksteam uit Rijsel ontwikkelde onlangs een techniek om inwendige spierletsels op te sporen, via magnetische resonantie (MRI) (1).
Wat is MRI precies?
Ter herinnering: bij MRI worden de weefsels blootgesteld aan een intens magnetisch veld. Elke molecule reageert dan naargelang haar specifieke kenmerken. Op die manier kunnen vervolgens nauwkeurige opnamen gemaakt worden van de binnenkant van het lichaam. Beenderen, ligamenten, pezen, spieren, kraakbeen: alles passeert de revue. Deze unieke beeldvormingstechniek kan ook ontstekingscellen opsporen en op die manier de oorzaak van sommige pijnen nagaan: een gekneusd bot, een oedeem in het beenmerg, discusdegeneratie, enz. Meer bepaald bij spierblessures bestaat de grote nieuwigheid erin dat de allerkleinste bewegingen van de watermoleculen konden worden geanalyseerd onder invloed van dit magnetisch veld. Dat leverde een parameter op met de afkorting ADC (wat staat voor "apparent diffusion coefficient"). Verder wordt de zogenaamde anisotropiefactor (AF) gedefinieerd op basis van de inwendige spierarchitectuur. De evaluatie van deze twee gegevens kan met zekerheid nagaan of de spier kwetsbaar blijft, ook als alle gebruikelijke onderzoeken (echografie en klassieke MRI) normaal lijken. Beter nog: door beide criteria aandachtig te observeren, kan de ernst van de blessure bepaald worden en kan verklaard worden waarom twee identiek eruitziende spierverrekkingen niet per se op dezelfde manier evolueren. Zo geneest de binnenste tweelingspier (kuitspier) meestal minder snel dan de hamstrings (dijspieren). Als die onderzoeksintrumenten op grote schaal gebruikt worden, zal de sporter meteen een duidelijke boodschap te horen krijgen en weten hoelang hij nog geduld moet oefenen voor hij er weer kan invliegen.
Pub
Uw interactief gedeelte over Verzorging van de beenderen, botten
Neem deel aan de meest actieve discussies
-
Door chronischpyn 27/04/2012 - 11h50
192 raadplegingen -
Beste, Zelf ben ik in 2009 op linkerknie gevallen en na infiltratie het syndroom van sudeck ...
Door betwel 27/03/2012 - 21h00
1107 raadplegingen
-
Door betwel 27/03/2012 - 21h11
192 raadplegingen -
Hallo, ik heb midden vorig jaar gescheurde ligamenten in de enkel opgelopen tijdens het ...
Door Karel 02/02/2011 - 16h21
1107 raadplegingen
-
Door betwel 27/03/2012 - 21h11
192 raadplegingen -
Hallo, ik heb midden vorig jaar gescheurde ligamenten in de enkel opgelopen tijdens het ...
Door Karel 02/02/2011 - 16h21
1107 raadplegingen









