• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    1 mening
  • Commentaren (0)

De geheimen van het atletenhart

De geheimen van het atletenhart

Sport doet het hart zo sterk uitzetten dat artsen niet aarzelen om te spreken van een "atletenhart".

Maar is dat goed voor sporters?

Atletenhart: een al lang bekend verschijnsel

Iets meer dan een eeuw geleden publiceerde een Scandinavische onderzoeker het eerste wetenschappelijke artikel over het atletenhart. Henschen stelde - puur door manueel onderzoek - vast dat het hart van langlaufers een reeks eigenaardigheden vertoonde. Zo waren de holten bijzonder sterk ontwikkeld en was de hartslag bijzonder traag. Al zijn bevindingen werden later bevestigd door medische beeldvormingstechnieken.

Een atletenhart kan uitzetten tot twee keer zijn normale capaciteit. Bij een sportieve persoon van 70 kg bedraagt de hartcapaciteit makkelijk anderhalve liter, tegen 750 ml bij iemand met een zittend leven.

Daar is niets abnormaals aan, integendeel: een groot hart wijst op een groot inspanningsvermogen. Dat is één van de redenen waarom artsen hun patiënten aanraden om aan sport te doen en vooral uithoudingssporten te beoefenen zoals fietsen, joggen en zwemmen.

Dat is de beste manier om het hart te versterken!

Sporthart of ziek hart?

Bij wie echt intensief sport, kan het hart zo sterk uitzetten dat specialisten zich er zorgen over maken. Het hart van de sporter gaat dan immers heel sterk lijken op dat van sommige hartpatiënten. Voor de arts is het dan zeer moeilijk om zich niet te vergissen.

Een foute diagnose kan echter levens verwoesten: ofwel verbiedt men mensen hun passie verder te beoefenen, ofwel geeft men patiënten met hartrisico's de toestemming om aan competitiesport te doen. Zo zagen in het verleden heel wat jonge sporters hun hoop onnodig verijdeld omdat ze hartsymptomen vertoonden die er in feite net op wezen dat ze goed bestand waren tegen inspanningen. De toen 19-jarige Eddy Merckx kreeg zelfs de raad om zijn carrière stop te zetten nadat op het elektrocardiogram een pseudo-afwijking zichtbaar was die wellicht juist op een atletenhart wees.

Omgekeerd zijn ook gevallen bekend van sporters die plots overleden in de fleur van hun leven omdat geen enkele arts hun hartproblemen had opgemerkt.

De grens tussen wat gevaarlijk en niet gevaarlijk is, blijft onduidelijk. Toch bestaan er verschillende analysemiddelen: elektrocardiogram, echografie, inspanningstest, Doppler-onderzoek of zelfs biopsie. Ondanks alles blijft er soms twijfel bestaan.

 

Bijgewerkt door Marion Garteiser, gezondheidsjournaliste op 19/05/2014
Origineel artikel geschreven door op 15/07/2003

Vindt u het artikel interessant?