• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    2 mening
  • Raadplegingen (1802)
  • Commentaren (0)

Daltonisme: over chromosomen en kleuren

Daltonisme: over chromosomen en kleuren
Daltonisme (kleurenblindheid) is niet alleen de meest voorkomende, maar ook de best gekende stoornis van zien van kleuren (dyschromatopsie). Deze oculaire pathologie wordt gekenmerkt door een stoornis van de perceptie en de differentiatie van kleuren, te wijten aan een vaak genetisch deficit van bepaalde cellen van het netvlies (retina). Er bestaat geen behandeling, maar er is ook geen gevaar voor het zicht.

Een beetje geschiedenis

Op het einde van de 18de eeuw beschreef de arts Thomas Young een kleurenzichtstoornis bij de chemicus John Dalton. Hij stelde vast dat de kleur van een geranium veranderde bij natuurlijk licht en bij kaarslicht en vroeg zich af of andere personen hetzelfde waarnamen als hijzelf. Het antwoord was uiteraard neen, behalve voor zijn broer die dezelfde gezichtsafwijking had. Uit zijn beschrijving blijkt dat hij geen rode kleur kon waarnemen. De studie van zijn oog, die overigens in Manchester zorgvuldig bewaard wordt, toonde echter aan dat hij precies de groene kleur niet waarnam. Zijn evaluatie over zijn eigen aandoening was eveneens fout. Enkele jaren later deed Goethe proeven bij kleurenblinden: hij vroeg hen kleuren van aquarellen paarsgewijs samen te voegen en trachtte hiermee volgens hun aanwijzingen een landschap te schilderen.

Een beetje wetenschap

Het "normale" zicht komt tot stand door interactie van drie kleuren: blauw, groen en rood, waarmee ongeveer 150 tinten onderscheiden kunnen worden (in de schilderkunst zijn de drie basiskleuren blauw, rood en geel). Om zich daarvan rekenschap te geven volstaat het de pixels van een kleurenTV-toestel of een computer aandachtig te bekijken; deze werken volgens hetzelfde principe. Licht bestaat zowel uit golven als uit partikels. Indien men licht beschouwt als een golf, komen kleuren overeen met bepaalde "golflengten". De drie basiskleuren stemmen overeen met verschillende golflengten, die geabsorbeerd worden door cellen van de retina, "kegeltjes" genaamd. Drie types kegeltjes zijn dus voldoende om alle kleuren te zien. Een normaal oog wordt dan ook " trichromatisch" genoemd. In bepaalde gevallen bestaat er een congenitale afwijking in één type kegeltje. Het oog wordt hierdoor "bichromatisch" en ziet slechts drie tinten: blauw, geel en een intermediaire tint (die als wit of grijs wordt waargenomen).

Artikel gepubliceerd door op 26/12/2001

Bronnen: RL - Vision des couleurs et daltonisme. Dr Philippe Lanthory, Edissz Sciences Humaines.

Vindt u het artikel interessant?
 

Pub

De internetgebruikers die dit artikel hebben gelezen raadpleegden ook