• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    6 mening
  • Getuigenissen (0)

Cysten en het risico van borstkanker

Cysten en het risico van borstkanker

De opsporing van borstletsels die aanvankelijk goedaardig zijn (cysten, verdachte cellen, tumoren) is sedert de veralgemening van de mammografie steeds couranter geworden. De meeste van deze letsels worden niet in verband gebracht met het risico van borstkanker.

Sommige tumoren van een bijzonder type zouden dat echter wel zijn. Vrouwen die erdoor aangetast zijn, kunnen belang hebben bij een operatie of een behandeling, om de risico's te beperken...

Goedaardige borstpathologieën (cysten, goedaardige tumoren) en de risico van borstkanker

Er is een grote verscheidenheid aan histologische entiteiten bij goedaardige borstpathologieën (cysten, abnormale cellen, tumoren), die meestal worden ingedeeld in

  • Niet-proliferatieve (cellen die zich heel langzaam delen),
  • Proliferatieve (cellen die zich actief ontwikkelen)
  • En atypische (abnormale cellen die zich snel delen) letsels.

Deze letsels worden tegenwoordig grotendeels opgespoord, meestal toevallig, en het wordt belangrijk in te schatten in welke mate ze in verband kunnen worden gebracht met het risico van borstkanker.

Volgens een zeer uitgebreide studie behoren de meeste opgespoorde letsels behoren tot de niet-proliferatieve categorie (67 % - cellen die zich heel langzaam delen). Daarna komen de proliferatieve (30% - cellen die zich actief ontwikkelen) en ten slotte de zogenaamde atypische letsels (4 % - abnormale cellen die zich snel delen).

In vergelijking met de statistische gegevens over borstkanker besluiten de auteurs algemeen dat vrouwen met een goedaardige tumor een verhoogd risico van 56 % hebben om borstkanker te ontwikkelen, die zich heel lang daarna kan manifesteren. Dit risico verandert niet in de loop van de 25 jaar na de biopsie.

Borstkanker: familiale antecedenten zijn belangrijk

Dit percentage varieert echter naar gelang het type afwijking.

Bij een niet-proliferatief letsel (cellen die zich heel langzaam delen) is het verhoogde risico van kanker bijvoorbeeld slechts 27 %. In geval van een proliferatieve tumor (cellen die zich actief ontwikkelen) bedraagt dat cijfer 88 %. En ten slotte is het risico van borstkanker bij vrouwen met een atypische afwijking (abnormale cellen die zich snel delen) 324% hoger!

Het lijkt dus beter atypische tumoren weg te nemen, ook als ze goedaardig zijn, want blijkbaar houden ze het hoogste risico in.

De auteurs benadrukken dat familiale antecedenten een belangrijke risicofactor blijken op zich, los van de histologische gegevens.

In bepaalde gevallen liggen bovenstaande cijfers dus lager dan het risico waar vrouwen met een genetische voorbestemdheid voor de ziekte mee te maken krijgen. En de aanwezigheid van bijvoorbeeld niet-proliferatieve letsels bij personen zonder familiale antecedenten houdt geen enkele significante verhoging van het borstkankerrisico in.

Ook de leeftijd is een risicofactor: een tumor die wordt opgespoord vóór 40 jaar is risicovoller dan een tumor die op jongere leeftijd wordt gediagnosticeerd.

We kunnen besluiten dat het risico van borstkanker in geval van goedaardige borstletsels afhangt van de familiale antecedenten en van het type afwijking, waarbij atypische letsels de gevaarlijkste zijn.

Bijgewerkt door Marion Garteiser, gezondheidsjournaliste op 26/08/2013
Origineel artikel geschreven door op 23/08/2005

Bronnen: Hartmann L.C. et al., New England Journal of Medicine, p 353: 229-237, 2005.

Vindt u het artikel interessant?
 

Meer weten