Borstvoeding goed tegen astma bij kinderen
Een verminderde allergische respons
De onderzoekers hebben daarom zogende muizen blootgesteld aan allergene stoffen die via verstuivers in de lucht waren verspreid. Alleen de moeders werden aan de allergene stof blootgesteld. Na de behandeling verliep het zogen normaal. Resultaat: de allergische respons lag 60 tot 80% lager dan bij de muizenjongen die werden gezoogd door moeders die niet aan de stoffen waren blootgesteld.
Dit experiment bewijst meerdere dingen. Ten eerste dat de bescherming die is teweeggebracht bij het muizenjong duidelijk samenhangt met de allergene stof die aan de moeder is toegediend: de stof is nog 3 tot 4 uur na de blootstelling aanwezig in haar melk. Ten tweede dat de bescherming die door de moeder is overgedragen zou afhangen van de gezamenlijke aanwezigheid in de melk van de allergene stof en een remmer, de molecule TGF beta1.
Ten slotte bewijst het ook dat de antilichaampjes van de moeder die in de moedermelk aanwezig zijn en waarvan bekend is dat ze kinderen beschermen tegen besmettelijke ziektes, geen rol spelen bij deze bescherming.
De macht van onze omgeving
Deze observaties tonen aan dat de omgeving van de moeder tijdens het zogen een invloed kan hebben op het risico dat haar kind al dan niet een allergische aandoening ontwikkelt. Een aangelegenheid die de kinderziekenhuizen en kraaminstellingen ongetwijfeld zal interesseren









