- Favorieten
-
Delen
Naar een vriend sturenNAAR EEN VRIEND STUREN close
Boodschap ter attentie van de internetbezoeker die zijn formulier invult
Bloeddruk - Afprinten
Bloeddruk
Hoge bloeddruk is in de westerse landen een van de meest voorkomende aandoeningen. Hoge bloeddruk is eigenlijk geen ziekte, maar een verschijnsel van een ontregeling in het lichaam.
- 1. Inleiding
- 2. Drukveranderingen in de slagaders
- 3. Meten van de bloeddruk
- 4. Lage bloeddruk (hypotensie)
- 5. Hoge bloeddruk (hypertensie)
1. Inleiding
Heeft men eenmaal hoge bloeddruk dan ontstaan op korte of lange termijn ziekelijke veranderingen in de bloedvaten en is er grote kans op ernstige ziekten of aandoeningen, zoals beroerte of attaque, hartinfarct of nierstoornissen. De bloeddruk is een nuttig mechanisme in het lichaam, want het zorgt onder andere ervoor dat het bloed door het lichaam stroomt. Bloeddruk is, ruwweg gezegd, de druk die binnen een bloedvat heerst. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is de druk in onze bloedvaten niet steeds dezelfde. De bloeddruk schommelt soms van minuut tot minuut, net zoals de hartslag wisselt. Bij emotie gaat het hart sneller kloppen en de bloeddruk omhoog. Gedurende de slaap gebeurt meestal het omgekeerde. We kunnen daarom niet van een normale bloeddruk spreken. Het is een even moeilijk te definiëren begrip als een 'normaal' mens.
2. Drukveranderingen in de slagaders
Wanneer men een microscopisch kleine drukopnemer in het begin van de grote lichaamsslagader (aorta) plaatst, meet men voortdurende veranderingen van de druk. Deze drukveranderingen kunnen ook met relatief eenvoudige instrumenten door de arts of verpleegkundige worden gemeten. Er treedt een plotselinge drukverhoging op wanneer de spier van de linker hartkamer samentrekt en een hoeveelheid bloed wordt uitgeperst. De hoogste waarde die wordt bereikt noemt men de bovendruk van het bloed of de systolische bloeddruk. Dan treedt een geleidelijke drukvermindering op, die gedurende de hartpauze doorgaat. De laagste waarde die wordt bereikt noemt men de onderdruk of de diastolische bloeddruk. In het dalende deel van de bloeddrukwaarneming treedt een plotselinge snelle daling op, die samenvalt met het begin van de ontspanning van de hartspier en de sluiting van de halvemaanvormige kleppen tussen linker hartkamer en aorta. Het verschil tussen boven- en onderdruk wordt polsdruk genoemd. De drukveranderingen worden voortgeplant over de slagaders naar de periferie. Men spreekt over drukgolf of polsgolf. De druk in de slagader op een bepaald moment wordt bepaald door twee factoren: - de elasticiteit of stugheid van de wand; - de vulling van het bloedvat. Hoe groter de stugheid is, des te groter de tegenkrachten bij een bepaalde vulling en de druk in het bloed. Hoe groter de vulling, des te meer de vaatwand wordt gerekt, waardoor de tegenkrachten en dus de druk groter worden. De vulling en daardoor de druk in een bloedvat waar het bloed doorheen stroomt, zijn afhankelijk van de toe- en afvoer. De afvoer uit een bloedvat wordt bepaald door de stromingsweerstand die het bloed ondervindt. De stromingsweerstand van de slagaders wordt voornamelijk bepaald door de kleinere slagaders of arteriolen. Deze zogenoemde perifere weerstand neemt toe door vernauwing van deze vaatjes (constrictie of vasoconstrictie) of vermindert door vaatverwijding (dilatatie of vasodilatatie). Bij grotere perifere weerstand wordt de afvoer uit de slagaders minder, waardoor het volume en dus de druk toeneemt.
Deze fiche maakt deel uit van de gids Gids Ziekten en aandoeningen, rubriek Bloed, stofwisseling, allergies, andere ziekten





