
In de praktijk verstaat men onder anemie een toestand, waarbij het aantal rode bloedlichaampjes of de daarin aanwezige bloedkleurstof (hemoglobine) relatief of absoluut te laag is.
De rode bloedcel, bloedkleurstof bevattend en zuurstof vervoerend, is voor de energievoorziening van de lichaamscellen begrijpelijkerwijs van essentieel belang.
Vermindering van het aantal bloedcellen of van het gehalte aan bloedkleurstof veroorzaakt daarom verschijnselen, die daar onmiddellijk mee samenhangen:
- kortademigheid (hetzij in rust, hetzij na inspanning);
- hoofdpijn;
- duizeligheid;
- hartkloppingen;
- oorsuizingen en dergelijke.
Hoe geleidelijker de bloedarmoede is ontstaan, des te minder opvallend zijn de klachten en de verschijnselen. Vaak is de pols versneld, de huid- en slijmvliezen zijn bleek.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15