• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    0 mening
  • Commentaren (0)

Bloedarmoede bij honden en katten (deel 2)

Bloedarmoede bij honden en katten (deel 2) Bloedarmoede kan pas behandeld worden als eerst de oorzaak opgespoord wordt. Toch is in zware gevallen soms een bloedtransfusie nodig. In dat geval moeten de bloedgroepen van het "donordier" en het ontvangende dier uiteraard wel compatibel zijn!

Behandeling van bloedarmoede

De behandeling moet aangepast worden aan de oorzaak : antiparasitica voor bloed-, darm- en huidparasieten, antibiotica tegen bacteriën, ondersteunende behandeling bij nierziekten en correctie van een eventueel ijzer- of vitaminetekort. Bovendien kan ook een groeidieet uw viervoeter helpen om weer op krachten te komen. Heeft het dier echter op korte tijd veel bloed verloren (het bloedvolume van honden en katten vormt slechts respectievelijk 7 en 4 % van hun lichaamsgewicht), dan is in sommige gevallen een bloedtransfusie noodzakelijk.

Welk bloed moet het dier krijgen ?

De bloedgroep van een dier wordt bepaald door de aanwezigheid van moleculen aan het oppervlak van zijn rode bloedcellen. Deze erfelijke moleculen worden " antigenen " genoemd.Er bestaan twee soorten antigenen die zich vasthechten aan de rode bloedcellen van de kat. Katten kunnen dan ook drie bloedgroepen hebben: groep "A" voor katten die rode bloedcellen hebben met het antigen "A" en groep "B" voor diegenen met het antigen "B". Een derde groep bestaat uit katten die beide antigenen hebben (A en B). Bovendien bevat het bloed van katten uit groep A antilichamen die de rode bloedcellen met het antigen "B" kunnen herkennen en vernietigen. Bij katten uit de B-groep geldt het omgekeerde. De anti-A-antilichamen van katten uit de B-groep zijn bijzonder agressief tegenover de rode bloedcellen A. Vandaar dat een bloedtransfusie tussen beide groepen katten een massaal aantal rode bloedcellen vernietigt. De meeste katten behoren tot de A-groep. Toch zijn er enkele rassen waarin 5 tot 50 % van de katten in de B-groep thuishoren. Het gaat onder meer om de Abessijnse kat, de Somalische kat, de Perzische kat en de Devon Rex. Bij honden is de situatie complexer, want er bestaan verschillende bloedgroepsystemen. Wel hebben de meeste honden geen antirodebloedcel-antilichamen zolang ze geen transfusie hebben gekregen. Vandaar dat een hond een eerste transfusie mag krijgen met bloed van om het even welke andere hond. Nadien kan hij antilichamen ontwikkelen en mag hij geen tweede transfusie krijgen zonder voorafgaande analyses.

Artikel gepubliceerd door op 20/12/2005

Vindt u het artikel interessant?