Bijnieren

Bijnieren
De bijnieren zijn niet, zoals de naam zou doen vermoeden, organen die assisteren bij de werking van de nieren.

1. Inleiding

Ze liggen er wel vlakbij of eigenlijk bovenop, maar hebben in wezen nauwelijks iets te maken met de werking van de nier. De twee bijnieren (glandula suprarenalis of adrenalis) van de mens zijn afgeplatte, ongeveer een centimeter dikke orgaantjes, die op de top van de nieren liggen, tegen de naar de wervelkolom gerichte zijde. Zij neigen beide dus naar het midden toe. De rechter bijnier is min of meer driehoekig van vorm, terwijl de linker meer de vorm heeft van een half maaÁtje. De bijnieren zijn meestal ingebed in het vetkapsel van de nier. Opvallend is de uitgebreide bloedvoorziening: niet minder dan drie slagaders voorzien de bijnieren van zuurstofrijk bloed.Op doorsnede is aan de bijnier een buitenste cellaag, de schors (cortex), en een centraal deel, het merg (medulla), te onderscheiden. Beide hebben een totaal verschillende taak en zouden dan ook beter als twee verschillende organen kunnen worden beschouwd. Dit wordt nog duidelijker uit hun ontstaanswijze.

2. Bijniermerg

Het bijniermerg bestaat uit vrij grote, ovale cellen, die met het ene uiteinde tegen een haarvatennet aan liggen en meestal met de andere uitloper tegen een adertje. De cellen hebben een geheel andere oorsprong dan die van de schors. Ze zijn namelijk afkomstig van de rand van een instulping van het buitenste kiemblad (ectoderm) van het embryo. Uit deze instulping ontstaat het zenuwstelsel en het bijniermerg kan dus eigenlijk als zenuwweefsel worden opgevat. Dit is bij weefselonderzoek ook meestal duidelijk waar te nemen, want in het merg komen nog echte zenuwcellen (ganglioncellen) voor. Relatie bijniermerg en ruggenmergDe uitlopers van zenuwvezels die afkomstig zijn uit zenuwknopen van het ruggenmerg (preganglionaire zenuwvezels) vormen een onderdeel van het sympathische deel van het autonome zenuwstelsel. De cellen van het merg zijn dan ook te beschouwen als schakelzenuwcellen die ver van het ruggenmerg in het lichaam voorkomen (postganglionaire sympathische neuronen).Aan de uiteinden van dergelijke zenuwuitlopers wordt bij prikkeling een neurotransmitter afgegeven: adrenaline. Het van zenuwweefsel afstammende bijniermerg kan gezien worden als een vergrote klier in het sympathische zenuwstelsel die deze stof (maar dan als hormoon) in grote hoeveelheden produceert. In de mergcellen vindt behalve de aanmaak van adrenaline ook nog de productie plaats van het nauwverwante noradrenaline. Daar beide stoffen in het laboratorium met chroomzure zouten reageren en zeer fraaie kleuren geven, worden ze ook wel de chromaffiene cellen genoemd. De speciale functie van het bijniermerg komt in werking door prikkeling van de zenuwvezels die uit het ruggenmerg afkomstig zijn. Binnen zeer korte tijd kunnen dan grote hoeveelheden adrenaline en noradrenaline worden afgescheiden. Het adrenaline, en in mindere mate het noradrenaline, werken op vele manieren in op het lichaam. Noradrenaline heeft een uitgesproken effect op het bloedvatenstelsel en bij een stijging van het noradrenaline in het bloed wordt de bloeddruk verhoogd.Adrenaline is eveneens van invloed op het bloedvatenstelsel en bevordert in sterke mate de afbraak van zetmeel (glycogeen) tot bloedsuiker (glucose) in de lever en in de spieren. Hierdoor wordt het suikergehalte van het bloed aanmerkelijk verhoogd. Stofwisseling en adrenalineTevens wordt de stofwisseling aangezet, waardoor de stofwisseling bij zo volledig mogelijke rust (grondstofwisseling, basaalmetabolisme) wordt verhoogd. In dit opzicht is het bijniermerghormoon adrenaline dus te beschouwen als een tegenhanger van het alvleesklierhormoon insuline.De afgifte van adrenaline door het merg van de bijnier is een belangrijk onderdeel van de totale activiteit van het sympathische deel van het autonome zenuwstelsel en draagt op deze wijze in belangrijke mate bij aan de versterking van het vermogen tot het verrichten van spierarbeid of het weerstaan van andere vormen van belasting.Door de uitgebreide zenuwvoorziening vanuit het ruggenmerg zijn ook andere delen van het centraal zenuwstelsel in staat om op indirecte wijze invloed uit te oefenen op het merg van de bijnieren. Dit wordt geïllustreerd door de volgende waarneming. Stress-effectenOnder normale omstandigheden bevat het bloed heel weinig adrenaline. Bij opwinding, angst en vrees, verschijnselen die dus alle onder het begrip 'stress' (geestelijke spanning, belasting) vallen, wordt echter het adrenalinegehalte van het bloed binnen zeer korte tijd tot het twintig- of dertigvoudige verhoogd.Men heeft soortgelijke effecten kunnen waarnemen bij proefdieren: bij ratten bleek het adrenalinegehalte wanneer ze uit de kooi werden gehaald alleen daardoor al tot wel veertigmaal de normale waarde te kunnen stijgen.De prikkel tot het in werking treden van dit mechanisme ontstaat dus ergens in de hersenen, waarna - waarschijnlijk via de reticulaire formatie in de hersenstam - deze prikkels naar het ruggenmerg worden getransporteerd. De informatie komt dan via zenuwsignalen en specifieke baansystemen aan bij de cellichamen van de sympathische zenuwcellen die in het ruggenmerg liggen. De prikkels in de hersenen doorlopen een ingewikkeld systeem van zenuwverbindingen, dat nog maar ten dele bekend is.Ze ontstaan in het voorste (frontale) gedeelte van de hersenen, de voorhoofdskwab, lopen via een aantal tussenschakels (de eerste tussenschakel ligt in het limbische systeem) naar een deel van de tussenhersenen (hypothalamus) en van daar naar de reticulaire formatie in de hersenstam. Sympathicus en bijniermergHet sympathische deel van het autonome zenuwstelsel speelt eveneens een rol. Dit is waarschijnlijk de reden dat, indien het bijniermerg om de een of andere reden beschadigd is of door een operatie moet worden weggenomen, er geen levensbedreigende situatie ontstaat; het sympathische deel van het autonome zenuwstelsel kan namelijk de functie van het bijniermerg overnemen.Wel is het zo, dat het lichaam dan minder in staat is op bepaalde noodsituaties snel te reageren. Een verminderde activiteit (hypofunctie) van het bijniermerg kan zonder veel bezwaren worden behandeld.

Bronnen: Medica Press

Deze fiche maakt deel uit van de gids Gids Ziekten en aandoeningen, rubriek Seks, Nieren, Urinesysteem

Vindt u het artikel interessant?
 
spreek mee op E-gezondheid
Avatar de lightworker
Bijnieren
Door lightworker 17/05/12 - 11.04
bijnieruitputting het syndroom van de 21 ste eeuw is een boek dat uitgebreid ingaat op dit thema een must voor elke therapeut bijnierextracten doen wonderen niet het synthetisc Vervolg...
bijnieruitputting het syndroom van de 21 ste eeuw is een boek dat uitgebreid ingaat op dit thema een must voor elke therapeut bijnierextracten doen wonderen niet het synthetische corticosteroid Sluiten
Preview

*Verplicht in te vullen om een reactie te versturen

Gegevensbescherming

Uw interactief gedeelte over Nierziekten

Neem deel aan de meest recente discussies

GIDS ZIEKTEN EN AANDOENINGEN
Medische encyclopedie
Vragen en antwoorden
Index ArchiefAlfabetische indexIndex van de receptenIndex van meest gezochte artikels
De diensten