Beschermt sport tegen ziekten?

Gepubliceerd door Gilles Goetghebuer, gezondheidsjournalist op 25/11/2003 - 00h00
-A +A

Heel wat studies lijken aan te tonen dat sport ook de weerstand zou versterken, naast tal van andere weldaden.

PUB

We kennen allemaal wel personen die alle stormen doorstaan, terwijl andere bij het minste zuchtje geveld liggen. Waaraan ligt dat? Sommige wetenschappers vragen zich af of die zwakke weerstand niet wijst op een te broos organisme, dat op zijn beurt te wijten is aan een extreem gebrek aan lichaamsbeweging. Misschien leven we wel te comfortabel en moeten we meer bewegen om onze ingedommelde weerstand wakker te maken! Deze theorie is afkomstig uit de Verenigde Staten, waar de passiviteit van een groot deel van de bevolking werkelijk beangstigend is. Zo blijkt uit peilingen dat 28 % van de Amerikanen nooit aan lichaamsbeweging doet, zelfs niet de hond uitlaten, het gazon maaien of de trap nemen. En op de vraag "Wat is de zwaarste inspanning die u de voorbije week hebt geleverd?" luidt het antwoord bijna steevast: "Mijn boodschappen uit de koffer halen." Bij ons is de situatie ongetwijfeld minder tragisch. Toch blijft sedentariteit een reële bedreiging voor de volksgezondheid.

Leven is onmogelijk zonder witte bloedcellen

Vandaar dat er studies zijn verricht om het effect te meten van sport op het immuunsysteem. Uit proeven op ratten is gebleken dat het aantal witte bloedcellen na een korte trainingssessie stijgt. Een microbe die binnendringt in het lichaam, zou dan meer kans hebben om opgespoord en geëlimineerd te worden. Hetzelfde geldt voor kanker! Als de witte bloedcellen en met name de monocyten actiever zijn, zou men er beter in slagen om de woekering van kankercellen te neutraliseren. Uiteraard zou sport de ongevallen bij de celdeling die kanker veroorzaken, niet verhinderen. Als ze zich voordoen, reageert het organisme echter sneller om alles "op te ruimen". Uiteraard gaat het hier niet om een absolute garantie. Er spelen tal van andere factoren een rol, onder meer genetische. Laten we zeggen dat sport het organisme waakzamer maakt, wat trouwens ook blijkt uit de epidemiologische statistieken. Zo toont een recente studie aan dat iets meer dan één uur per dag wandelen al volstaat om het borstkankerrisico met 30 % te doen dalen, ongeacht de risicofactoren en familiale antecedenten.

Overdaad schaadt, hoe dan ook

Maar opgelet! Boven een zekere intensiteit krijgen we precies de omgekeerde relatie. De chronische uitputting van het lichaam en de verminderde weerstand die volgt na elke intensieve training, zouden integendeel onze gezondheid verzwakken. Dat verklaart meteen waarom topsporters zo vaak lichte of zware infecties krijgen. Kortom, sport en ziekten hebben een U-vormige relatie, waarbij zowel personen die nooit aan lichaamsbeweging doen als uiterst actieve personen extreme risico's lopen. Hier geldt, net als in tal van andere domeinen, de leuze: het beste is de vijand van het goede!

Gepubliceerd door Gilles Goetghebuer, gezondheidsjournalist op 25/11/2003 - 00h00 The Journal of American Medical Association, 9 september 2003
Bekijk dit artikel
Vous devez être connecté à votre compte E-Santé afin de laisser un commentaire
PUB
Lees ook
Sport, warmte en hittegolf: opgelet gevaar! Gepubliceerd op 05/08/2014 - 15h33

De sporter is een warmbloedig dier. Bij grote inspanningen moet hij vechten om niet te ver af te dwalen van de 37,2° die typisch zijn voor de mens. Maar dat is niet makkelijk als men moet fietsen, rennen of een partij tennis strijdt bij heel warm wee...

Antioxidanten om sneller te lopen ? Geüpdatet op 03/02/2004 - 00h00

Een tekort aan antioxidanten is een veelbesproken onderwerp in de kleedkamers van sporters. Toch verbetert het nemen van supplementen niet noodzakelijk de prestaties. Alles hangt af van de trainingslast en de kwaliteit van de voeding.

Klierkoorts: ook bij sportlui Geüpdatet op 15/02/2005 - 00h00

Mononucleose of klierkoorts is een infectieziekte die wordt overgedragen via het speeksel en ook bekend is als de "kissing disease". Ze verspreidt zich geweldig bij flirtende adolescenten. Maar ook bij sportlui.

Meer artikels