- Favorieten
-
Delen
Naar een vriend sturenNAAR EEN VRIEND STUREN close
Boodschap ter attentie van de internetbezoeker die zijn formulier invult
Babyvoeding: hoe zorgen we voor een goede afwisseling? - Afprinten
Babyvoeding: hoe zorgen we voor een goede afwisseling?
- Wanneer begint de overgang van melkvoeding naar vaste voeding?
- De basisprincipes van voedseldiversificatie
- Het bijzondere geval van gluten
- Potjesvoeding of zelf bereide maaltijden?
Wanneer begint de overgang van melkvoeding naar vaste voeding?
De overgang van melkvoeding naar vaste voeding is belangrijk omdat de baby dan voedingsmiddelen krijgt met een hogere caloriewaarde dan melk. Op deze manier kan men voldoen aan de voedingsbehoeften van de baby. Deze behoeften worden groter naarmate de baby zich ontwikkelt. Door de baby vaste voeding te geven, leert hij ook nieuwe geuren, smaken, kleuren, texturen en voedingsmiddelen kennen, die hij niet kende toen de voeding uitsluitend uit melk bestond. We denken bijvoorbeeld aan trage suikers, zetmeel en vezels. Gewoonlijk krijgt de baby zijn eerste vaste voeding rond de leeftijd van 6 maanden.
Waarom 6 maanden? Omdat het vanaf deze leeftijd moeilijk wordt om de hoeveelheid vloeibare voeding - melk in dit geval - nog te verhogen. De aanvoer van voedingsmiddelen moet dus aangevuld worden met vaste voeding. De maximale hoeveelheid vloeibare voeding bedraagt gewoonlijk 800 tot 1000 ml.
Vóór de leeftijd van 6 maanden, zou gevarieerde voeding tot tekorten kunnen leiden. Hoewel vaste voedingsmiddelen een hogere caloriewaarde hebben dan melk, hebben ze toch het nadeel dat ze minder evenwichtig zijn. Vaste voeding bij baby's jonger dan 6 maanden zou bovendien het risico op het ontwikkelen van allergieën verhogen.
Laten we dus goed onthouden dat men rond de leeftijd van 6 maanden met vast voedsel kan beginnen, zeker niet vóór 4 maanden, en dat men de meeste voedingsmiddelen best vóór de leeftijd van 8 maanden geleidelijk invoert.
De basisprincipes van voedseldiversificatie
Om problemen te vermijden, doet u er voor de baby goed aan slechts één nieuw vast voedingsmiddel tegelijk in te voeren. Gewoonlijk begint voedseldiversificatie met geplet fruit en groenten. Groenten moeten bovendien goed gekookt zijn. De aanvoer van dierlijke eiwitten (vlees, vis, eieren) moet geleidelijk gebeuren: van 5 gram voor een baby van 6 maanden tot 30 gram voor een kind van 2 jaar.
Het is eveneens belangrijk de bijkomende aanvoer van vetstoffen te beperken, aangezien er al voldoende aanwezig zijn in de melk.




