
De baarmoeder bestaat voornamelijk uit twee delen: het baarmoederlichaam en de baarmoederhals (het smallere gedeelte). De baarmoederhals bevat het baarmoederhalskanaal en de baarmoedermond (het uiteinde van de baarmoederhals, dat in de vagina uitsteekt).
Elk van deze twee delen is bekleed met een verschillend soort slijmvlies. Baarmoederhalskanker - waarbij de normale celgroei ontregeld is - ontstaat meestal in het overgangsgebied tussen de cellen van de
baarmoedermond en die van het baarmoederhalskanaal.
In een eerste stadium blijven de abnormale cellen beperkt tot de dikte van het slijmvlies. Als er niet tijdig wordt ingegrepen, kunnen de afwijkende cellen echter door het basale membraan (voorbij de onderste laag cellen van het slijmvlies) heendringen. Deze fase wordt invasie genoemd.
Een volgend stadium is dat de kankercellen, die eerst nog in de buurt van de baarmoeder blijven, via het bloed of via weefselvloeistof (lymfe) uitzaaien naar andere organen.
In ons land wordt elk jaar bij meer dan 1000 vrouwen baarmoederhalskanker gevonden.
Gemiddeld kunnen we stellen dat één op de duizend vrouwen de ziekte krijgt. Tussen haakjes: als we de huidige opsporingsmethoden niet kenden, zou dit cijfer oplopen tot één op de honderd. Door vroegtijdig signaleren kan baarmoederhalskanker dus voor minstens negentig procent teruggedrongen worden.