- Favorieten
-
Delen
Naar een vriend sturenNAAR EEN VRIEND STUREN close
Boodschap ter attentie van de internetbezoeker die zijn formulier invult
Baarmoederhalskanker: de aanwezigheid van abnormale cellen (2) - Afprinten
Baarmoederhalskanker: de aanwezigheid van abnormale cellen (2)
Opsporing via uitstrijkje
Bij uw jaarlijks bezoek aan de gynaecoloog maakt de arts een vaginaal uitstrijkje (het wegnemen van een aantal cellen). Als uit de onderzoeksresultaten blijkt dat bepaalde cellen van de baarmoederhals een abnormaal aspect hebben, dan betekent dat nog niet noodzakelijk dat dat kankercellen zijn, ook niet als ze anders zijn op het vlak van vorm, grootte en organisatie. Seks, een vaginale douche, een infectie met schimmels of andere micro-organismen (seksueel overdraagbare ziekten incluis), een zwangerschap, een miskraam, een abortus, bepaalde geneesmiddelen, hormonale wijzigingen en andere HPV types die vaginale wratten veroorzaken (goedaardig) kunnen een afwijkend onderzoeksresultaat opleveren. Veranderde cellen wijzen ook niet automatisch op de noodzaak van een onmiddellijke behandeling. Soms verdwijnen ze spontaan, zonder behandeling. In functie van de onderzoeksresultaten wordt een nieuw uitstrijkje genomen of wordt een colposcopie uitgevoerd, een onderzoek van de baarmoederhals met een soort verrekijker, de colposocoop die met behulp van een speculum ingebracht wordt.
De aanwezigheid van precancereuze cellen
'Abnormale' cellen noemt men precancereuze cellen omdat ze zicht tot kankercellen kunnen ontwikkelen, al kunnen ze ook weer normale cellen worden. De aanwezigheid van precancereuze cellen
betekent niet noodzakelijk dat het om kanker gaat. Het wijst er alleen op dat de cellen in de baarmoederhals afwijkingen vertonen die als ze niet vroegtijdig behandeld worden, naar kanker kunnen evolueren.
De afwijkende cellen worden meestal omschreven als laesies en die laesies worden gedefinieerd in functie van het stadium. De stadia noemt men de CIN (Cervical Intraepithelial Neoplasia, of Cervicale Intra-epitheliale Neoplasie), gaande van goedaardig (CIN1) tot ernstig (CIN3).


