• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    0 mening
  • Raadplegingen (2121)
  • Commentaren (0)

Baarmoederhalskanker: de aanwezigheid van abnormale cellen (2)

Baarmoederhalskanker: de aanwezigheid van abnormale cellen  (2)
Bijna 80% van de seksueel actieve vrouwen wordt vroeg of laat besmet met minstens één type van het humaan papilloma virus (HPV), maar die besmetting blijft meestal onopgemerkt omdat het immuunsysteem het virus elimineert. Sommige types van het virus zijn wel gevaarlijk omdat ze in de baarmoederhals blijven zitten en kanker veroorzaken.

Opsporing via uitstrijkje

Bij uw jaarlijks bezoek aan de gynaecoloog maakt de arts een vaginaal uitstrijkje (het wegnemen van een aantal cellen). Als uit de onderzoeksresultaten blijkt dat bepaalde cellen van de baarmoederhals een abnormaal aspect hebben, dan betekent dat nog niet noodzakelijk dat dat kankercellen zijn, ook niet als ze anders zijn op het vlak van vorm, grootte en organisatie. Seks, een vaginale douche, een infectie met schimmels of andere micro-organismen (seksueel overdraagbare ziekten incluis), een zwangerschap, een miskraam, een abortus, bepaalde geneesmiddelen, hormonale wijzigingen en andere HPV types die vaginale wratten veroorzaken (goedaardig) kunnen een afwijkend onderzoeksresultaat opleveren. Veranderde cellen wijzen ook niet automatisch op de noodzaak van een onmiddellijke behandeling. Soms verdwijnen ze spontaan, zonder behandeling. In functie van de onderzoeksresultaten wordt een nieuw uitstrijkje genomen of wordt een colposcopie uitgevoerd, een onderzoek van de baarmoederhals met een soort verrekijker, de colposocoop die met behulp van een speculum ingebracht wordt.

De aanwezigheid van precancereuze cellen

'Abnormale' cellen noemt men precancereuze cellen omdat ze zicht tot kankercellen kunnen ontwikkelen, al kunnen ze ook weer normale cellen worden. De aanwezigheid van precancereuze cellen
betekent niet noodzakelijk dat het om kanker gaat. Het wijst er alleen op dat de cellen in de baarmoederhals afwijkingen vertonen die als ze niet vroegtijdig behandeld worden, naar kanker kunnen evolueren.
De afwijkende cellen worden meestal omschreven als laesies en die laesies worden gedefinieerd in functie van het stadium. De stadia noemt men de CIN (Cervical Intraepithelial Neoplasia, of Cervicale Intra-epitheliale Neoplasie), gaande van goedaardig (CIN1) tot ernstig (CIN3).

Vorige pagina

Artikel gepubliceerd door op 27/11/2007 - 00:00

Bronnen: "Alles wat u moet weten over baarmoederhalskanker", dossier GSK, augustus 2007.

Vindt u het artikel interessant?
 
Becommentarieer dit artikel 
Preview

*Verplicht in te vullen om een reactie te versturen

Gegevensbescherming

Pub