• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    3 mening
  • Commentaren (0)

Aspartaam: een ... onschuldige doder!

Aspartaam: een ... onschuldige doder!

Het is ongelofelijk hoeveel vooroordelen er nog altijd bestaan over aspartaam, en hoeveel 'valse beschuldigingen' er nog altijd de ronde doen.

Sinds de komst van het internet wordt deze kunstmatige zoetstof beladen met alle zonden Israëls, of liever: alle zonden van de wereld.

Het grenst echt aan het belachelijke!

Aspartaam is een caloriearm additief - een sterke zoetstof - die uit twee aminozuren bestaat: aspartaamzuur en fenylalanine. Wanneer beide gecombineerd worden, hebben ze een heel sterk zoetvermogen dat 180 tot 200 keer hoger ligt dan suiker. Er is dan ook heel weinig van nodig om een alternatief te vormen voor suiker.

De WGO waakt

Wie in de collectieve verbeelding additief zegt, zegt automatisch kunstmatig (en dus "gevaarlijk") bestanddeel. Dat geldt weliswaar voor aspartaam, maar niet voor alle additieven. Zo worden sommige kleurstoffen, zoals kleurstof van rode bieten, gewonnen via 100 % natuurlijke processen. Hoe dan ook, de Wereldgezondheidsorganisatie houdt een oogje in het zeil. Additieven, en vooral aspartaam, zijn de meest bestudeerde en gecontroleerde stoffen ter wereld!

Een stevige dosis!

De WGO legde, in overleg met deskundigen, voor aspartaam een Toelaatbare Dagelijkse Dosis of TDD vast van 0 tot 40 mg per kg lichaamsgewicht. In dit cijfer zit al een stevige veiligheidsmarge ingebouwd. Iemand van 60 kg mag dus heel zijn leven lang zonder enig risico tot 2,4 g aspartaam per dag consumeren (het equivalent van 10 liter cola light). Het spreekt vanzelf dat een dergelijk niveau zelden gehaald wordt. Het is al zo moeilijk om onze anderhalve liter per dag te drinken, en de avonden die overgoten worden met cola light zijn op de vingers van één hand te tellen…

Artikel gepubliceerd door op 05/08/2003

Bronnen: International Sweetener Association, 2002. http://www.sweetener.org of http://www.edulcorants.org; AFSSA, augustus 2002. www.afssa.fr

Vindt u het artikel interessant?