Angst, een fysieke aandoening

Angst, een fysieke aandoening

Vaak wordt gedacht dat angst in het hoofd zit.
Angst is echter ook een aandoening met symptomen die in het lichaam aanwezig zijn.

Maar welke zijn die symptomen van angst?

Welke zijn de fysieke symptomen van angst?

Angst kan aan het licht treden via hartklachten: hartkloppingen (het gevoel dat het hart te snel klopt), een tachycardie (versnelling van het hartritme), precordialgie (pijn in de borststreek)...
Het spijsverteringskanaal reageert ook op angst: moeilijkheden om te slikken, het gevoel dat men een krop in de keel heeft, epigastrische pijn (in de bovenbuik), transitstoornissen (diarree bijvoorbeeld).
De ademhaling kan eveneens symptomen van angst vertonen: ademhalingsmoeilijkheden, ademnood, hyperventilatie (te snel of te diep ademen)...
Ook neurologische symptomen doen zich dikwijls voor: duizeligheid, hoofdpijn, slaapstoornissen, concentratieproblemen, geheugenstoornissen, depersonalisatie (zelfvervreemding), het gevoel buiten de werkelijkheid te staan...
Tot slot zijn er nog algemene en eerder onschuldige symptomen, zoals zweten en opvliegers.
Wie durft, na het lezen van deze symptomen, nog beweren dat angst enkel in het hoofd zit?

Ook het lichaam kan angst veroorzaken, bij hyperventilatie bijvoorbeeld

Angstgevoelens hebben hun weerslag op het lichaam, maar ook het omgekeerde bestaat. Het lichaam functioneert soms zodanig dat het zelf angstgevoelens gaat veroorzaken. Dat is het geval bij hyperventilatie. Als iemand te snel en te diep ademt, kan dat leiden tot een alkalose, wat betekent dat het bloed minder zuur wordt. Daardoor ontstaat meteen een gevoel van paniek, dat te wijten is aan chemische veranderingen in het bloed die de hersenen slecht verdragen. In dit geval moet de getroffen persoon tijdens de paniekaanval aangespoord worden om langzamer te ademen, vanuit de buik, zodat de zuurtegraad van het bloed opnieuw normaal wordt. Soms wordt ook aangeraden om enkele minuten te ademen in een papieren of plastic zak, maar wel altijd in aanwezigheid van iemand anders. Achteraf moeten die angstgevoelens wel grondiger aangepakt en behandeld worden.

Bijgewerkt door Marion Garteiser, gezondheidsjournaliste op 11/04/2012
Origineel artikel geschreven door op 19/10/2009

Bronnen: Naar een interview van prof. Michel Walter (CHU Brest, Frankrijk) in Le Quotidien du Médecin van 21 september 2009.

Vindt u het artikel interessant?
 

Meer weten