Angina pectoris hartinfarct

Geüpdatet door Medica Press op 09/02/2011 - 14h03
-A +A

PUB

3. Hartinfarct

Een hartaanval - veelgebruikte naam voor hartinfarct - berust op toeval, toeval dat uitgerekend in de linker of rechter kransslagader van het hart zich een bloedprop heeft gevormd. De linker kransslagader voedt de voorkant van het hart en de rechter kransslagader de achterkant. Beide vertakken zich sterk in steeds fijnere bloedvaten. Hoe kleiner de bloedprop of de weefselprop, des te verder zal deze doordringen in de fijnste vertakkingen van de hartpunt waar deze ook de minste schade aanricht. Hoe eerder deze de kransslagader verstopt, des te gevaarlijker is de toestand van de patiënt. Als een deel van de hartspier geen zuurstofrijk bloed en brandstof meer krijgt, kan dat deel van het hart door dat tekort afsterven. Het pompen van het hart gaat door, maar een stukje spier kan er niet meer aan meedoen.

Eerste gevolgen Wanneer een stukje spier of ander weefsel afsterft doordat het geen bloed meer krijgt, spreekt men van een infarct: het getroffen gedeelte is het geïnfarceerde gebied. Op deze plaats ontstaat een litteken, dat op den duur in bindweefsel wordt omgezet en dan als volwaardig deel van de hartwand functioneert, echter zonder aan de samentrekking van de hartspier mee te doen. Vooral in de eerste uren na een infarct is er grote kans op stoornissen in het hartritme. Het meest gevreesd is het zogenoemde ventrikelfibrilleren of 'kamerwoelen', waarbij het hart geen bloed meer uitpompt doordat niet meer alle delen van de hartspier gelijktijdig samentrekken, ja soms tegen elkaar inwerken. Dit is de belangrijkste reden van een spoedopname op de hartbewakingsafdeling van een ziekenhuis waar getrainde verpleegkundigen met moderne apparatuur het hoofd kunnen bieden aan deze verraderlijke ritmestoornissen. Snelheid is de belangrijkste factor bij de behandeling. Een uur na de eerste klachten begint de beschadiging van dat deel van het hart, dat door de verstopte kransslagader van bloed wordt voorzien. Is men er snel bij dan kan de schade worden beperkt. Als men niets doet, is het weefsel van dat deel van het hart na zes uur afgestorven. Indien de bloedsomloop geheel stilstaat, kan hartmassage en mond-op-mondbeademing in afwachting van de ambulance, reddend werken. Verschijnselen Pijn, vaak drukkend of snoerend van aard, midden in de borst of misschien iets aan de linkerkant, is meestal het eerste teken van een infarct. Soms wordt de pijn aangegeven: 'Alsof er een band om de borst wordt getrokken.' De pijn kan uitstralen naar de linker- (maar ook de rechter-)arm en/of de kaken en gaat niet over bij verandering van houding of het drinken van lauwe melk. Ze kan uren aanhouden en in hevigheid wisselen. Het is niet verstandig langer dan 15-20 minuten pijn te hebben zonder een arts te waarschuwen, die meestal direct een ziekenhuisopname zal regelen of de patiënt zal verwijzen naar een specialistische polikliniek. De hevigheid van de pijn zegt niets over de grootte van het infarct. Een klein infarct kan veel pijn veroorzaken, terwijl een groot infarct niet altijd veel pijn hoeft te geven. Pas na ongeveer 48 uur kan de hartspecialist de grootte van het infarct bepalen. Met laboratoriumproeven kan hij enkele enzymen bepalen. Dit zijn stoffen die onder andere bij het afstervingsproces van de hartspier vrijkomen. De hoeveelheid enzymen in het bloed geeft inzicht in de omvang van het beschadigde gedeelte van de spier. Het elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje) geeft al in een vroeger stadium aanwijzingen of er een infarct in het spel is. De pompwerking van het hart kan tegenwoordig ook worden gevolgd - als dat nodig is - door echocardiografie. Met ultrageluid (niet hoorbare geluidsgolven) wordt een beeld verkregen van de bewegende wanden van het hart. Dit soort onderzoek kan in veel gevallen precies laten zien welk deel van de spierwand niet meer aan de samentrekking meedoet. Oorzaken De factoren die het ontstaan van angina pectoris of een hartinfarct bevorderen, verschillen niet wezenlijk van elkaar. De eigenlijke oorzaak van het hartinfarct is nog steeds onbekend. Men weet dat er een aantal factoren is waardoor wij een groter risico op hartinfarcten lopen dan zonder die factoren. De belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van een hartinfarct zijn: - verhoogde bloeddruk; - te hoog cholesterolgehalte in het bloed; - roken van sigaretten (rokende vrouwen hebben bijvoorbeeld een vier maal grotere kans op een infarct dan niet-rokende vrouwen); - sommige vormen van stress; - gebrek aan beweging; - fors overgewicht.

4. Therapie en revalidatie

Men kan bij het verloop van het normale hartinfarct een aantal fasen onderscheiden die mede de basis vormen van de therapie en revalidatie. De eerste fase begint zodra het ziektebeeld is opgetreden. Dan wordt volledige lichamelijke en zo mogelijk geestelijke rust voorgeschreven, al dan niet met geneesmiddelen. In deze periode probeert men door permanente bewaking de hartactie nauwkeurig te volgen om stoornissen in de regelmaat van de hartslag snel waar te nemen en te corrigeren. Ook wordt in deze periode zo nodig zuurstof toegediend, opdat een eventueel tekort zo veel mogelijk wordt aangevuld en om het overgebleven, goed functionerende gedeelte van het hart een maximum aan zuurstof te bieden. Daarnaast wordt de pijn met een xylocaïne-injectie bestreden. Als deze fase achter de rug is - de duur verschilt van patiënt tot patiënt - wordt de bewaking beëindigd. Men probeert diverse eenvoudige levensverrichtingen stap voor stap en onder toezicht te laten hervatten, waarbij in het begin voorzichtigheid is geboden. Onder leiding van fysiotherapeuten worden eenvoudige oefeningen uitgevoerd en blijkt het mogelijk op te staan. De lichamelijke training bestaat verder uit wandelen, roeien, fietsen, trappenlopen en gymnastiek in groepsverband. Geleidelijk wordt de zwaarte van de training opgevoerd. Bij het optreden van klachten of hartritmestoornissen kan snel en doelmatig worden behandeld. Eventuele onregelmatigheden of ongewenste versnellingen van de hartactie worden vastgesteld en genoteerd door voor en na iedere training de pols te voelen. Zo nodig kan de hartslag worden bewaakt door een draagbaar electrocardiograafje met een radiozendertje. Tijdens de eerste week in het ziekenhuis wordt met de hartpatiënten in groepsverband een voorlichtingsgesprek over het ziektebeeld gehouden. Zij worden voorgelicht over de zogenoemde risicofactoren van het hartinfarct en het gebruik van nitrobaat. Niet minder belangrijk zijn dieetadviezen en psychische opvang en begeleiding van de patiënt en zijn familieleden. Specifieke psychische en sociale problemen kunnen met de maatschappelijk werker worden besproken, zoals angst, agressie, relatie-, huwelijkó- en gezinsproblemen, moeilijkheden op het gebied van huisvesting, werk en werkhervatting. De maatschappelijk werker kan - eventueel in samenspraak met de psycholoog - vaak goede adviezen geven of verwijzen naar desbetreffende adviesbureaus. Door snelle en intensieve opvang en behandeling direct na de acute fase van het hartinfarct, krijgen de meeste patiënten hun zelfvertrouwen terug. Zij raken hun angst dat hun hart een onbetrouwbare bondgenoot is geworden kwijt, omdat ze meestal tot hun verbazing merken dat hun hart nog veel kan. Zij kunnen dan ook weer normaal functioneren en ook hun werk en seksuele activiteiten hervatten. Revalidatie na een hartinfarct of een hartoperatie vormt een belangrijk onderdeel voor deze patiënten. Vóór een operatie was men vaak invalide; na de operatie wordt door revalidatie naar een snel en volledig herstel gestreefd. Wanneer na een hartinfarct de eerste fase van herstel in het ziekenhuis gunstig verloopt en men zonder veel moeite drie keer per dag een half uur buiten bed is, wat op de gang wandelt en zo mogelijk een enkele trap heeft gelopen, wordt ontslag uit het ziekenhuis overwogen, hetgeen in de regel door zowel de patiënt als de familie met grote vreugde wordt begroet. Bij een patiënt met een hartinfarct zijn de vooruitzichten op korte en langere termijn voornamelijk afhankelijk van de grootte van het hartinfarct. Daarom worden revalidatieprogramma's hierop afgestemd. Bij een patiënt met een klein infarct wordt het programma sneller afgewerkt dan bij een patiënt met een groot infarct. De duur van dat af te werken programma in het ziekenhuis kan variëren van twee tot zes weken.

Initialement publié par Medica Press le 19/02/2003 - 00h00 et mis à jour par Medica Press le 09/02/2011 - 14h03
Bekijk dit artikel
Vous devez être connecté à votre compte E-Santé afin de laisser un commentaire
PUB