Alvleesklierkanker

Gepubliceerd op 19/02/2003 - 00h00
-A +A

PUB

5. Onderzoek

Als u met een of meer van de genoemde klachten naar de huisarts gaat, zal deze u eerst lichamelijk onderzoeken. Aanvullend kan de huisarts ander onderzoek laten verrichten, bijvoorbeeld bloedonderzoek. Indien uw huisarts het vermoeden heeft dat er sprakeúkan zijn van alvleesklierkanker, zal u worden verwezen naar een specialist, meestal een internist, een gastro-enteroloog of een chirurg. De specialist zal het lichamelijk onderzoek herhalen en aanvullend uitgebreid onderzoek laten verrichten zoals:- echografie;- punctie tijdens echografisch onderzoek;- ERCP-onderzoek;- CT-scan;- doppler-echografie;- angiografie;- laparoscopie. EchografieWanneer men vermoedt dat de klachten het gevolg zijn van alvleesklierkanker, wordt een echografie van de bovenbuik gemaakt. Echografie is een onderzoek met behulp van geluidsgolven. De weerkaatsing (echo) van deze golven is zichtbaar op een beeldscherm. Tijdens het onderzoek ligt de patiënt op een bank. Om de geluidsgolven zo goed mogelijk te kunnen opvangen, wordt er een gelei op de buikhuid aangebracht. De arts beweegt een apparaat, vergelijkbaar met een microfoon, over de buik. Met dit onderzoek verkrijgt de arts een beeld van de plaats, de grootte en uitbreiding van een eventuele afwijking in de alvleesklier, galwegen en/of lever. De afbeeldingen op het beeldscherm kunnen op foto's worden vastgelegd. Echografie is een eenvoudig, weinig belastend onderzoek voor de patiënt. PunctieAls er tijdens de echografie een afwijking wordt gezien, kan de arts op die plaats - met behulp van het beeldscherm - een naald inbrengen. Van tevoren wordt de huid plaatselijk verdoofd. De (afwijkende) cellen die via de naald worden opgezogen, worden in het laboratorium nader onderzocht. ERCP-onderzoekERCP wil zeggen endoscopische retrograde cholangio-pancreatiocografie. Met dit onderzoek krijgt de arts een beeld van de galwegen en de alvleesklier, zonder dat een operatie nodig is. Ook op deze wijze kan de arts een indruk krijgen van de mogelijkheid van de aanwezigheid van alvleesklierkanker. Dit onderzoek wordt uitgevoerd met behulp van een röntgenapparaat en een endoscoop, een buigzame stang. De endoscoop wordt via de mond, slokdarm, maag en twaalfvingerige darm tot aan de papil geschoven. Aan de endoscoop is een kijkertje bevestigd. Via de endoscoop krijgt de arts een beeld van de wand van de genoemde organen.In de endoscoop bevindt zich een anaal waardoor instrumenten kunnen worden geschoven. ýaarmee kan de arts stukjes (tumor)weefsel wegnemen. De stukjes weefsel worden op een laboratorium onderzocht door een patholoog. Het onderzoek is niet pijnlijk maar wordt in het algemeen door patiënten als onplezierig ervaren. Meestal krijgt de patiënt voor en eventueel ook tijdens het onderzoek medicijnen toegediend die hem wat slaperig en minder gespannen maken. CT-scanEen computertomograaf is een apparaat waarmee dwarsdoorsnede-foto's van het lichaam worden gemaakt. Hierbij wordt gelijktijdig gebruik gemaakt van röntgenstraling en een computer. Het apparaat heeft een opening waar de patiënt, liggend op een beweegbare tafel, doorheen wordt geschoven. Terwijl de tafel telkens een stukje doorschuift, wordt er gelijktijdig een serie foto's gemaakt. Voor het maken van goede foto's is een contrastvloeistof nodig en moeten de darmen leeg zijn. De patiënt moet dan ook twee dagen voor het onderzoek laxeermiddelen gebruiken.De contrastvloeistof, een kleur- en smaakloze vloeistof, moet op de dag voor het onderzoek begint en op de dag zelf worden gedronken. Soms wordt ook nog tijdens het onderzoek contrastvloeistof toegediend. Doppler-echografieDe doppler-echografie is een onderzoek waarmee informatie over de bloedvaten kan worden verkregen. In dit onderzoek zijn twee technieken gecombineerd, namelijk doppler en echografisch onderzoek. Beide maken gebruik van geluidsgolven die op een beeldscherm zichtbaar zijn.Met echografie kan een bloedvat rondom de alvleesklier zichtbaar worden gemaakt, waarna met de doppler-methode de stroomsnelheid van het bloed in het betreffende bloedvat wordt bepaald. Veranderingen in de stroomsnelheid van het bloed kunnen wijzen op een afwijking in het bloedvat, veroorzaakt door groei van een tumor. AngiografieAls de voorgaande onderzoeken onvoldoende informatie hebben opgeleverd, is soms een angiografie nodig. Bij dit onderzoek worden, met behulp van contrastvloeistof, röntgenfoto's van de bloedvaten in en rondom de alvleesklier gemaakt. Om de contrastvloeistof in het bloed te brengen, wordt een klein sneetje in de huid van de lies gemaakt, waarna de slagader wordt aangeprikt. Vervolgens wordt in deze ader een dun slangetje opgeschoven tot in de buurt van de alvleesklier. Als het slangetje zich op de juiste plaats bevindt, kan de contrastvloeistof worden ingespoten. Gelijktijdig worden er diverse foto's gemaakt.LaparoscopieTegenwoordig wordt als laatste onderzoek dikwijls een kijkoperatie van de buikholte (laparoscopie) verricht. Dit gebeurt onder narcose. Ter plaatse van de navel en in de onderbuik worden kleine sneetjes gemaakt. Via deze sneetjes kan een kijkbuis in de buikholte worden gebracht. Met dit onderzoek kunnen eventuele kleine uitzaaiingen worden vastgesteld. De omvang van de tumor kan zo vastgeseld worden.

6. Behandeling

De meest toegepaste behandelmethoden bij alvleesklierkanker zijn:- plaatsen van een endoprothese;- operatie;- bestraling (radiotherapie).In geval van alvleesklierkanker wordt chemotherapie zelden toegepast. Radiotherapie dient vooral voor het bestrijden van pijn die veroorzaakt wordt door de tumor. Doel van de behandelingWanneer een bepaalde behandeling is gericht op het genezen van een patiënt, wordt dat een curatieve behandeling genoemd. Bij een behandeling die is bedoeld om de ziekte te remmen en/of de klachten te verminderen, spreekt men van een palliatieve behandeling. Aan patiënten met alvleesklierkanker in het middengedeelte of de staart van de pancreas wordt bijna altijd een palliatieve behandeling voorgesteld.Van de patiënten met alvleesklierkanker door een tumor in de kop van de pancreas of met een peri-ampulaire tumor zal een klein deel in aanmerking komen voor een curatieve behandeling. Palliatieve behandelingBij patiënten met alvleesklierkanker komt de palliatieve behandeling het meeste voor. Dit komt doordat bij meer dan tweederde van de patiënten bij vaststelling van de ziekte, deze al zover is gevorderd, dat genezing niet meer mogelijk is.Welke palliatieve behandeling een patiënt krijgt is afhankelijk van de aard van zijn klachten. Enkele klachten kunnen zijn:- geelzucht;- verstopping van de dunne darm;- pijn;- gewichtsverlies;- verminderde eetlust. GeelzuchtIn geval van geelzucht kan de belemmering van de galafvoer op verschillende manieren worden opgeheven. Indien de verstopping zich ter hoogte van de galgang bevindt, kan de specialist via de endoscoop een buisje - een endoprothese - in de galgang plaatsen.Het buisje zorgt ervoor dat de galgang openblijft en niet wordt dichtgedrukt door de tumor. Meestal kan het aanbrengen van het buisje gelijktijdig met het ERCP-onderzoek plaatsvinden. Als dit buisje goed functioneert, zal de geelzucht en de eventuele jeu¿ verdwijnen. Wanneer het buisje verstopt raakt, treedt er meestal weer geelzucht op. Dit kan gepaard gaan met koorts. De patiënt dient dan direct contact op te nemen met de behandelend arts. Verstopping van de dunne darmEen enkele keer komt het voor dat een tumor de twaalfvingerige darm heeft aangetast. Het voedsel in de maag kan dan niet verder. Er ontstaat een verstopping. De patiënt heeft een pijnlijk en opgeblazen gevoel in de buik, soms gepaard gaande met misselijkheid. De verstopping is met een operatie te verhelpen. PijnAlvleesklierkanker kan pijn veroorzaken. Bij de ene patiënt meer dan bij de andere. Ook speelt de mate waarin de ziekte zich heeft uitgebreid een belangrijke rol. Indien er pijn optreedt, aarzel dan niet om dit te bespreken met uw arts. Deze zal nagaan wat de oorzaak van de pijn kan zijn.Het kan zijn dat de tumor op een zenuw drukt. Bestraling van de tumor kan dan verlichting geven. Pijnstillers kunnen nodig zijn. Deze geven het beste resultaat als u ze inneemt volgens de voorschriften van de arts. Wanneer er pijn in de botten optreedt, ýan dit het gevolg zijn van een uitzaaiing in het bot. Ook dan zal een patiënt vaak een bestraling worden geadviseerd. Soms blijft iemand ondanks een behandeling pijn houden. Een speciale pijnbehandeling, zoals het blokkeren van zenuwen of het inbrengen van pijnstillende medicijnen in het ruggenmerg kan dan in veel gevallen alsnog uitkomst bieden. GewichtsverliesPatiënten met alvleesklierkanker kunnen een aantal problemen met eten hebben. De problemen kunnen van patiënt tot patiënt verschillen maar ook sterk wisselen in de tijd. De vertering van het voedsel kan veranderen en soms zal de passage van de voeding verslechteren. Uw voeding zal steeds moeten worden aangepast aan de klachten. Het is verstandig om de problemen te bespreken met de behandelend arts en een diëtist. Wanneer u op eigen houtje een dieet begint, bestaat het risico dat u niet genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt om uw gewicht en conditie op peil te houden. Dat is vooral het geval als u vanwege uw ziekte moeite heeft met eten en de vertering van het voedsel gestoord is. Dit laatste kan juist bij mensen met alvleesklierkanker een rol spelen. Een ernstig probleem kan worden veroorzaakt door het herhaald optreden van diarree. Deze diarree ontstaat als gevolg van een tekort aan alvleesklierenzymen. Curatieve behandelingHoewel meer patiënten in eerste instantie in aanmerking komen voor een operatie, ondergaat uiteindelijk minder dan éénderde van alle patiënten met alvleesklierkanker een curatieve behandeling. Deze behandeling bestaat namelijk uit een grote operatie en is voor de patiënt een zware ingreep. Het komt dan ook voor dat artsen tijdens de operatie tot de conclusie moeten komen, dat een dergelijke operatie toch niet mogelijk is. De patiënt zal dan een palliatieve behandeling krijgen.Een curatieve operatie vindt meestal plaats bij patiënten met een tumor van de papil van Vater. De operatie verloopt als volgt. De chirurg verwijdert het deel van de alvleesklier waarin de tumor zit, samen met de twaalfvingerige darm, de galblaas en een groot deel van de galwegen. Soms wordt ook een deel van de maag verwijderd. De lymfklieren rondom de alvleesklier worden eveneens verwijderd. De alvleesklier, de galwegen en eventueel het resterende deel van de maag worden weer verbonden met de dunne darm.Tegenwoordig kan in veel gevallen de maag worden gespaard. De maagsluitspier (pylorus) wordt dan op de dunne darm aangesloten. Voordeel van deze operatietechniek is dat de patiënten naderhand een betere voedselvertering hebben en minder last van diarree hebben.Schrijf u gratis in op de newsletter van e-gezondheid !Site van de Belgische Federatie tegen Kanker

Gepubliceerd op 19/02/2003 - 00h00
Bekijk dit artikel
Vous devez être connecté à votre compte E-Santé afin de laisser un commentaire
PUB